Legalisatie


Bij een (eenvoudige) legalisatie wordt het handtekening op het document door de notaris geverifieerd en verklaart deze dat het de handtekening betreft van de persoon die heeft getekend.

Als de documenten naar het buitenland verzonden dienen te worden om daar gebruikt te worden, worden er vaak meer vereisten gesteld. In dat geval dient ook de handtekening van de notaris te worden geverifieerd. Dit kan op twee manieren geschieden:


I. Doorlegalisatie
Indien voor transacties de handtekeningen gelegaliseerd dienen te worden is het voor documenten die verzonden worden naar landen die niet aangesloten zijn bij het Haags Apostille verdrag noodzakelijk dat de rechter het handtekening van de notaris verifieert, waarna het handtekening van de rechtbank wordt geverifieerd door het Ministerie van Justitie, waarna het handtekening van het ministerie van Justitie wordt geverifieerd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken, waarna de legalisatie plaats kan vinden bij de ambassade of het consulaat van het land waar de documenten naar toegezonden dienen te worden. Deze doorlegalisatie wordt ook wel aangeduid als "de lange weg".

II. Apostille
Indien voor transacties de handtekeningen gelegaliseerd dienen te worden is het voor documenten die verzonden worden naar landen die wel zijn aangesloten bij het Haags Apostille verdrag noodzakelijk dat de rechter het handtekening van de notaris verifieert, maar vervolgens het Apostillestempel plaatst waarmee de documenten rechtsgeldig zijn in het buitenland. ('de korte weg").

Doordat Legalisatiedesk zoveel legalisaties verricht is er ook een tussenweg. Met een aantal ambassades waar veel "lange weg legalisaties" plaatsvinden is het handtekening van de notaris gedeponeerd om de legalisaties bij de rechtbank en de ministeries over te kunnen slaan.